ECLI:NL:CRVB:2007:BB8976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en terugvordering
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1977 en deze werd in 2004 ingetrokken. Het College stelde dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden door het niet melden van bankrekeningen met tegoeden die het recht op bijstand uitsloten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigt dit oordeel omdat de rechtbank de grondslag van het besluit onterecht uitbreidde.
De Raad oordeelt dat de intrekking over de periode 1 januari 2000 tot en met 10 februari 2002 onvoldoende gemotiveerd is en vernietigt dit deel van het besluit. De rechtsgevolgen blijven echter in stand omdat appellanten de inlichtingenplicht schonden en ten onrechte bijstand ontvingen. Voor de periode vanaf 11 februari 2002 is de intrekking terecht omdat appellanten geen inzicht gaven in de besteding van opgenomen gelden.
De terugvordering van de bijstandskosten over 1 januari 2000 tot 31 mei 2004 is gegrond en in overeenstemming met het beleid van het College. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellanten en bepaalt dat de gemeente Sneek griffierecht vergoedt.
Uitkomst: De intrekking van bijstand over 1 januari 2000 tot 10 februari 2002 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, terwijl de intrekking en terugvordering voor latere perioden worden bevestigd.