ECLI:NL:CRVB:2007:BB9169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na verduistering en verstoorde arbeidsverhouding
Appellant was bedrijfsleider bij Hage Kwekerijen B.V. en werd verdacht van betrokkenheid bij verduistering van orchideeën door een collega die een eigen bedrijf was gestart. Ondanks dat het ontslag op staande voet werd ingetrokken, werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding.
Het UWV weigerde appellant een WW-uitkering toe te kennen op grond van verwijtbare werkloosheid, omdat hij volgens verklaringen bij de politie op de hoogte was van de verduistering en daaraan had meegewerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij onschuldig was en dat hij inmiddels in een strafzaak was vrijgesproken. De Raad oordeelde echter dat het bestuursrechtelijke bewijscriterium anders is dan in strafzaken en ging uit van de juistheid van de oorspronkelijke verklaringen. De Raad bevestigde dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden en dat de weigering van de WW-uitkering terecht is. Dringende redenen om van de maatregel af te zien waren niet aanwezig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.