ECLI:NL:CRVB:2007:BB9172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en urenbeperking betrokkene
Betrokkene, geboren in 1947, ontving sinds 1997 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na onderzoek in 2003 door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd de uitkering per 5 februari 2004 herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Een bezwaarverzekeringsarts ontving aanvullende medische stukken en paste de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan, maar nam het advies over een urenbeperking niet over, omdat deze gerelateerd zou zijn aan een niet-relevante bijkomende behandeling.
De rechtbank verwierp de stellingen van betrokkene over meer beperkingen, maar oordeelde dat appellant onvoldoende had gemotiveerd waarom de urenbeperking niet werd overgenomen. De rechtbank vond de onderbouwing onzorgvuldig en vernietigde het besluit. In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel, stellende dat appellant zich nader had moeten vergewissen van de rapportage en dat het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd is.
De Raad beperkt zich tot de urenbeperking en laat andere aspecten van het besluit buiten beschouwing. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, begroot op €663,66. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 29 november 2007.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering zonder urenbeperking wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en voorbereiding.