ECLI:NL:CRVB:2007:BB9267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering toepassing hardheidsclausule bij vordering meerinkomen studiefinanciering 2001
Appellant had studiefinanciering ontvangen en werd geconfronteerd met een vordering wegens meerinkomen over 2001, waarbij de IB-Groep voordeel uit sparen en beleggen had meegenomen in het toetsingsinkomen. Appellant voerde aan dat dit onredelijk was omdat het vermogen onder bewind stond van zijn moeder en hij er niet over kon beschikken.
De IB-Groep wees het bezwaar af en beriep zich op artikel 3.17 van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000). De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de IB-Groep het toetsingsinkomen correct had berekend en dat de wettelijke bepalingen helder en dwingendrechtelijk zijn, waardoor geen ruimte bestaat voor afwijking anders dan strikt grammaticaal.
De Raad overwoog dat de hardheidsclausule in artikel 11.5 WSF 2000 slechts toepassing kan vinden bij onbillijkheden van overwegende aard, maar dat de IB-Groep terecht een vaste gedragslijn hanteert waarbij een verzoek om toepassing van de hardheidsclausule binnen een gestelde termijn moet zijn ingediend. Appellant had dit verzoek niet tijdig ingediend en kon geen verschoonbare omstandigheden aanvoeren.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank Dordrecht en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de IB-Groep om met toepassing van de hardheidsclausule af te wijken van de wettelijke regels wordt bevestigd.