ECLI:NL:CRVB:2007:BB9332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens onderschatting medische beperkingen niet gegrond
Appellant vroeg op 11 december 2002 een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door poliomyelitis. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering op grond van een medische beoordeling en een arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische gesteldheid vanaf 1975 slecht was en dat hij niet in staat was de hem voorgehouden functies te vervullen. Het Uwv erkende dat het arbeidskundig onderzoek was gericht op een verkeerde datum, namelijk de zogenaamde effectueringsdatum, in plaats van de juiste datum einde wachttijd.
De Raad oordeelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid vanwege deze onjuiste datum en vernietigde de aangevallen uitspraak en het besluit van 14 januari 2004. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand omdat het arbeidskundig onderzoek alsnog aannemelijk maakte dat appellant in staat was functies te vervullen met een verdiencapaciteit van minimaal het minimumloon.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de Wajong-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.