ECLI:NL:CRVB:2007:BB9333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding ooglidcorrectie wegens gezichtsveldbeperking vernietigd
Appellante verzocht op 24 december 2004 toestemming voor een plastisch-chirurgische behandeling, een ooglidcorrectie, vanwege beperkingen in haar gezichtsveld door overhangende oogleden. VGZ wees de aanvraag af omdat volgens hen geen sprake was van een gezichtsveldbeperking zoals bedoeld in de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde onder meer dat appellante zich zonder voorafgaande beoordeling door de medisch adviseur had laten opereren.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellante ten onrechte niet was gehoord tijdens de bezwaarprocedure, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht slechts achterwege mag blijven als het bezwaar kennelijk ongegrond is. De Raad oordeelde dat dit niet het geval was omdat de medische adviezen verschilden. Tevens concludeerde de Raad dat op basis van medische verklaringen van de huisarts en medisch adviseur Van den Boogert wel sprake was van aantoonbare beperkingen van het gezichtsveld.
De Raad benadrukte dat appellante in de gegeven omstandigheden mocht aannemen dat de behandeling vóór 1 januari 2005 moest plaatsvinden en dat VGZ haar niet tijdig heeft laten beoordelen. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat VGZ de kosten van de operatie moet vergoeden. Daarnaast werd VGZ veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor reiskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van vergoeding voor ooglidcorrectie wordt vernietigd en VGZ moet de operatiekosten vergoeden.