ECLI:NL:CRVB:2007:BB9413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beschikking over recht op uitkering na ontslag wegens niet voldoen aan referte-eis BWOO
Betrokkene was werkzaam bij de Universiteit Utrecht en kreeg in 1999 eervol ontslag met een uitkering op grond van het BWOO. In 2003 vroeg hij een uitkering aan per 1 juli 1999, maar deze werd afgewezen omdat hij pas vanaf 20 mei 2003 beschikbaar was voor de arbeidsmarkt, waardoor hij niet voldeed aan de referte-eis van artikel 4 BWOO Pro. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat de Universiteit Utrecht geen bestuursorgaan zou zijn, maar de Raad oordeelde dat dit ten onrechte was.
De Raad stelde vast dat de Universiteit Utrecht als publiekrechtelijke rechtspersoon niet zelf bestuursorgaan is, maar dat het besluit wel een publiekrechtelijke rechtshandeling betrof. Het bestreden besluit werd vernietigd omdat de Universiteit Utrecht niet bevoegd was dit te nemen, maar de Raad handhaafde de rechtsgevolgen omdat het bevoegde bestuursorgaan het besluit later bekrachtigde.
Betrokkene voerde aan dat hij recht had op een uitkering zonder aanvullende voorwaarden, maar de Raad oordeelde dat de bepalingen van het BWOO integraal van toepassing waren en dat betrokkene niet gerechtvaardigd kon vertrouwen op een ongeclausuleerde uitkering. Uit bewijsstukken bleek dat betrokkene zich pas in mei 2003 beschikbaar stelde voor de arbeidsmarkt, waardoor hij niet voldeed aan de referte-eis en geen recht had op uitkering.
De Raad veroordeelde de Universiteit Utrecht tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene en vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.