ECLI:NL:CRVB:2007:BB9416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding zittend ziekenvervoer op grond van Regeling ziekenvervoer Ziekenfondswet
Appellant, met posttraumatische epilepsie en een ernstig organisch psychosyndroom, vroeg vergoeding voor zittend ziekenvervoer naar het ziekenhuis, welke door CZ werd afgewezen op grond van de Regeling ziekenvervoer Ziekenfondswet. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat appellant niet voldeed aan de criteria van artikel 2 en Pro het beleid bij artikel 3 van Pro de Regeling.
In hoger beroep oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte een marginale toetsing toepaste en dat de hardheidsclausule in artikel 3 van Pro de Regeling ruim moet worden geïnterpreteerd, waarbij alle individuele omstandigheden moeten worden meegewogen. De Raad stelde dat appellant door zijn ernstige cognitieve beperkingen, de noodzaak van frequent vervoer per taxi, het ontbreken van mantelzorg en de financiële draagkracht, wel degelijk aanspraak maakt op vergoeding.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat CZ een nieuw besluit moet nemen waarbij de aanvraag van appellant wordt ingewilligd. Tevens werd CZ veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De vergoeding voor zittend ziekenvervoer wordt toegekend en het besluit van CZ vernietigd.