ECLI:NL:CRVB:2007:BB9529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, oorspronkelijk berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, te herzien naar 65 tot 80% met ingang van 5 januari 2005. De rechtbank Rotterdam had het bezwaar ongegrond verklaard, maar het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering in de bezwaarfase, terwijl de rechtsgevolgen in stand bleven.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische beperkingen werden onderschat en dat hij de geduide functies niet kon verrichten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank deze grieven afdoende had besproken en gemotiveerd waarom deze niet konden slagen. De Raad vond geen nieuwe gronden in het hoger beroepschrift die twijfel konden zaaien over de juistheid van de UWV-beoordeling.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 november 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.