ECLI:NL:CRVB:2007:BB9556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAJONG-uitkering ondanks geschil over medische beperkingen
Appellant, betrokken bij een verkeersongeval in 2002 met hersenschudding, kreeg een gedeeltelijke WAJONG-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55% per 15 december 2003. Het bezwaar tegen deze toekenning werd ongegrond verklaard door het UWV. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende toelichting op de functies die appellant kon vervullen, maar liet de rechtsgevolgen intact. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over de medische en arbeidskundige beoordeling en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt zou moeten zijn.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen door het UWV juist waren vastgesteld en dat de functies passend waren gemotiveerd. De aanvullende rapportages van neuropsychologen en andere deskundigen boden onvoldoende aanleiding om het standpunt van het UWV te wijzigen. Ook het beroep op schending van artikel 6 EVRM Pro werd verworpen omdat de rechtbank dit al voldoende had gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Janssen en leden Brand en Zeijen op 30 november 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de gedeeltelijke WAJONG-uitkering wordt bevestigd.