ECLI:NL:CRVB:2007:BB9603
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken gelijkstelling met Nederlander
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, diende op 1 februari 2006 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Deze aanvraag werd afgewezen omdat verzoeker niet gelijkgesteld kon worden met een Nederlander. Verzoeker stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar en tegen de afwijzing zelf. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk en wees het beroep verder af.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat gelijkstelling met een Nederlander op grond van artikel 11 WWB Pro alleen geldt voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf volgens de Vreemdelingenwet 2000. Verzoeker beschikte tot augustus 2003 over een verblijfsvergunning, die later werd ingetrokken. Zijn aanvraag om voortgezette toelating werd afgewezen en deze beslissing werd onherroepelijk verklaard. Latere aanvragen en procedures veranderden hier niets aan.
Het beroep op bijstand wegens zeer dringende redenen en op bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro faalde eveneens. De Raad concludeerde dat verzoeker ten tijde van de aanvraag niet gelijkgesteld kon worden met een Nederlander en bevestigde de eerdere uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van verzoeker wordt afgewezen omdat hij niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf.