ECLI:NL:CRVB:2007:BB9683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens chronische drukurticaria en geschiktheid functies
Appellant, werkzaam als beproever bij een radiatorenfabriek, is sinds 1985 arbeidsongeschikt als gevolg van chronische drukurticaria. Het UWV herzag in 2001 zijn WAO-uitkering en stelde een belastbaarheidspatroon vast met beperkingen, waarna de uitkering werd herzien naar 15-25%.
Appellant betwistte deze beoordeling en stelde dat hij geen druk op zijn handen mag verdragen, ook niet van lichte of frequente aard, en dat de geduide functies ongeschikt zijn. Diverse medische rapportages, waaronder van dermatologen Henquet en Ideler, en arbeidsdeskundigen werden ingewonnen. Ideler objectiveerde de drukurticaria met een dermatograaf en stelde dat appellant niet blootgesteld mag worden aan ongewone druk en frictie.
De Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte heeft aangenomen dat de aandoening niet objectief vast te stellen was en dat de beperkingen in het belastbaarheidspatroon onvoldoende rekening houden met de medische bevindingen. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.