ECLI:NL:CRVB:2007:BC0037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor andere functies
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem die de intrekking van haar WAO-uitkering per 3 augustus 2003 bevestigde. De Raad neemt de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank en constateert dat appellante in hoger beroep geen nieuwe relevante argumenten heeft aangevoerd.
Het UWV heeft aanvullende arbeidskundige stukken ingediend, maar deze worden door de Raad niet als doorslaggevend beschouwd. De Raad is van oordeel dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat appellante met haar medische beperkingen geschikt is voor de voorgehouden functies.
De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank volledig en ziet geen reden om het verzoek tot benoeming van een medische deskundige toe te wijzen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er worden geen proceskosten aan appellante opgelegd, conform artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.