ECLI:NL:CRVB:2007:BC0037

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5326 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor andere functies

Appellante is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem die de intrekking van haar WAO-uitkering per 3 augustus 2003 bevestigde. De Raad neemt de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank en constateert dat appellante in hoger beroep geen nieuwe relevante argumenten heeft aangevoerd.

Het UWV heeft aanvullende arbeidskundige stukken ingediend, maar deze worden door de Raad niet als doorslaggevend beschouwd. De Raad is van oordeel dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat appellante met haar medische beperkingen geschikt is voor de voorgehouden functies.

De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank volledig en ziet geen reden om het verzoek tot benoeming van een medische deskundige toe te wijzen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Er worden geen proceskosten aan appellante opgelegd, conform artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.

Uitspraak

05/5326 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 14 juli 2005, 04/3071 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 7 december 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.J.G. Voets, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en bij schrijven van 26 maart 2007 nadere stukken in het geding gebracht.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 26 oktober 2007, waar partijen -met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad neemt als vaststaand aan de feiten en omstandigheden die als zodanig zijn vermeld in de aangevallen uitspraak.
In de aangevallen uitspraak is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het Uwv terecht de aan appellante toegekende uitkering per 3 augustus 2003 heeft ingetrokken.
Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van hetgeen door haar reeds in beroep is aangevoerd. Nieuwe relevante gezichtspunten zijn in hoger beroep niet naar voren gebracht.
Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de grieven van appellante afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grieven niet kunnen slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.
In het voorgaande ligt besloten dat de Raad evenmin als de rechtbank aanleiding ziet om het verzoek om benoeming van een medische deskundige in te willigen.
Met betrekking tot de door het Uwv in hoger beroep bij schrijven van 26 maart 2007 ingebrachte nadere arbeidskundige stukken overweegt de Raad dat deze niet van beslissende betekenis zijn voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de in geding zijnde besluitvorming. Het Uwv heeft naar het oordeel van de Raad reeds voorafgaand aan de procedure in hoger beroep afdoende gemotiveerd waarom de aan appellante voorgehouden functies door haar met de ten aanzien van haar vastgestelde medische beperkingen kunnen worden vervuld.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 december 2007.
(get.) R.C. Stam.
(get.) M. Gunter.
MH