ECLI:NL:CRVB:2007:BC0173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht Nederlandse artiesten voor werkzaamheden in België en boetenota’s
Appellante exploiteert een bedrijf dat muziek uitgeeft en concerten organiseert in Nederland en België, waarbij artiesten worden ingehuurd. Tijdens een looncontrole bleek dat artiesten [H.] en [J.] ten onrechte als zelfstandigen waren aangemerkt zonder de vereiste inhoudingsplichtigenverklaringen, waardoor zij volgens de sociale werknemersverzekeringswetten als verplicht verzekerd moeten worden beschouwd.
Daarnaast stelde de looninspecteur vast dat appellante geen premies heeft afgedragen over gages van artiesten die in België optraden. Het UWV legde correctie- en boetenota’s op, welke door de rechtbank en vervolgens door de Centrale Raad van Beroep werden bevestigd. De Raad oordeelde dat de Nederlandse wetgeving van toepassing is op in Nederland woonachtige artiesten die ook in België in loondienst werken, conform de Europese verordening 1408/71.
De Raad verwierp het verweer van appellante dat de inhoudingsplichtigenverklaringen van [B.V.] betrekking zouden hebben op de artiesten en bevestigde dat de boetenota’s terecht zijn opgelegd wegens het ontbreken van een verdedigbaar standpunt en het nalaten van informatie-inwinning door appellante. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante premies had moeten inhouden en afdragen en wijst het hoger beroep af.