ECLI:NL:CRVB:2007:BC0293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening opzegtermijn WW wegens ontbreken nieuwe feiten
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegtermijn op zes weken vast in een besluit van 11 augustus 2004, waartegen geen bezwaar werd gemaakt.
Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van 27 april 2005 verzocht werknemer op 5 oktober 2006 het UWV om de opzegtermijn opnieuw vast te stellen, stellende dat een langere termijn van toepassing zou zijn. Het UWV wees dit verzoek bij besluit van 6 februari 2007 af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd zoals vereist volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer tegen dit besluit ongegrond en verwierp tevens zijn argumenten over strijd met het gelijkheidsbeginsel, redelijkheid en billijkheid. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, overwegende dat de eerdere uitspraak van de Raad geen nieuw feit of omstandigheid vormt en dat het UWV terecht van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Er is geen sprake van een duuraanspraak en geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek van werknemer tot herziening van de opzegtermijn wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.