ECLI:NL:CRVB:2007:BC0298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op betalingsverplichtingen WW zonder nieuwe feiten
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegtermijn bij besluit op zes weken, waartegen geen bezwaar is gemaakt. Later stelde werknemer dat een eerdere uitspraak van de Raad een langere opzegtermijn rechtvaardigde en verzocht het UWV om herziening.
Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat werknemer geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die het eerdere besluit konden wijzigen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beslissing en overweegt dat een eerdere uitspraak van de Raad geen nieuw feit is in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Ook acht de Raad het UWV redelijk en bevoegd om het verzoek af te wijzen, mede omdat de aanspraak geen duuraanspraak betreft. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek van werknemer om terug te komen op het besluit over de opzegtermijn wordt afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd.