ECLI:NL:CRVB:2007:BC0302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening opzegtermijn betalingsverplichtingen WW
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde bij besluit van 1 maart 2005 de opzegtermijn op zes weken vast. Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt.
Na een uitspraak van de Raad van 27 april 2005 waarin een langere opzegtermijn werd vastgesteld, verzocht werknemer het UWV bij brief van 17 juli 2006 om herziening van de opzegtermijn. Het UWV wees dit verzoek bij besluit van 10 oktober 2006 af, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die het eerdere besluit konden rechtvaardigen om te herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer gegrond en vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beslissing en oordeelt dat het UWV op grond van artikel 4:6 Awb Pro bevoegd was het verzoek af te wijzen. De Raad wijst erop dat de aanspraak geen duuraanspraak betreft en dat het enkele feit dat een latere uitspraak een eerdere onjuiste uitleg toont, voor risico blijft van de betrokkene.
De Raad ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 11 mei 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht weigert terug te komen op het onherroepelijke besluit over de opzegtermijn.