ECLI:NL:CRVB:2007:BC0306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening opzegtermijn op grond van WW
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegtermijn op zes weken, waartegen geen bezwaar werd gemaakt. Later stelde werknemer dat een eerdere uitspraak van de Raad een langere opzegtermijn rechtvaardigt en verzocht het UWV de termijn opnieuw vast te stellen.
Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die het oorspronkelijke besluit konden wijzigen. De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat een latere rechterlijke uitspraak die een besluit onjuist verklaart, niet automatisch een nieuw feit of omstandigheid vormt voor herziening. Ook is de aanspraak van werknemer geen duuraanspraak, waardoor het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak van de rechtbank Breda wordt bevestigd en het verzoek van werknemer wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van werknemer tot herziening van de opzegtermijn wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.