ECLI:NL:CRVB:2007:BC0455

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-1950 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling maatgevend inkomen WAZ-uitkering bij bijzondere omstandigheden

De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond waarin werd geoordeeld dat het maatgevend inkomen voor de WAZ-uitkering van betrokkene berekend moest worden over vijf jaar in plaats van de gebruikelijke drie jaar. Betrokkene, een agrariër, had negatieve bedrijfsresultaten geboekt als gevolg van de uitbraak van varkenspest en de preventieve ruiming van zijn bedrijf, waarna hij investeerde in sierheesters.

De rechtbank vond dat de hoofdregel van drie jaar onvoldoende representatief was omdat het inkomen over die periode nihil was. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de bijzondere omstandigheden onvoldoende zijn om van de hoofdregel af te wijken. Het beroep van het Uitvoeringsinstituut wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 december 2007.

Uitkomst: Het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.

Uitspraak

05/1950 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 22 februari 2005, 04/1003 (hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
[Betrokkene]
Datum uitspraak: 7 december 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkene heeft mr. R.L.J.J. Vereijken, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Roermond, een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door W.J.M.H. Lagerwaard. Betrokkene is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Vereijken.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de feiten zoals de rechtbank deze, door partijen niet bestreden, heeft vastgesteld.
Appellant heeft bij besluit van 12 december 2003 de aan betrokkene toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandigen (Waz) over 2000 op nihil gesteld in verband met de door hem over dat jaar gerealiseerde winst. Dit besluit heeft appellant bij het bestreden besluit van 8 juli 2004 in weerwil van het bezwaar van betrokkene gehandhaafd.
Tussen partijen is uitsluitend (nog) in geschil of, in afwijking van de in de rechtspraak van de Raad neergelegde hoofdregel, bijzondere omstandigheden aanleiding geven om het voor betrokkene bij de toepassing van de Waz maatgevende inkomen te bepalen aan de hand van de winst over een langer tijdvak dan de drie jaar voorafgaande aan het jaar waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden.
In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank neergelegd dat het maatgevende inkomen moet worden berekend aan de hand van de over vijf jaar gerealiseerde winsten. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de berekening van het maatgevende inkomen aan de hand van de over drie jaren gemaakte winsten de representativiteit geweld aan doet, omdat daarmee het maatgevende inkomen nul bedraagt. Hierbij heeft de rechtbank kennelijk in aanmerking genomen dat de als agrariër werkzame betrokkene is getroffen door de gevolgen van de uitbraak van varkenspest, waarbij zijn bedrijf preventief is geruimd. Vanaf 1998 heeft betrokkene daarom de bakens verzet en geïnvesteerd in de teelt van sierheesters. In 1998, 1999 en 2000 heeft betrokkene dientengevolge (afnemende) negatieve bedrijfsresultaten geboekt. In 2001 is hij arbeidsongeschikt geworden.
Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat de hiervoor geschetste omstandigheden onvoldoende grondslag vormen om af te wijken van de hoofdregel dat het maatgevende inkomen wordt bepaald aan de hand van de winst over drie jaren. Appellant is dus terecht tegen dit oordeel in hoger beroep opgekomen. De Raad zal de aangevallen uitspraak vernietigen en het beroep alsnog ongegrond verklaren.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Gunter als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 december 2007.
(get.) R.C. Stam.
(get.) M. Gunter.
MH