ECLI:NL:CRVB:2007:BC0455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling maatgevend inkomen WAZ-uitkering bij bijzondere omstandigheden
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond waarin werd geoordeeld dat het maatgevend inkomen voor de WAZ-uitkering van betrokkene berekend moest worden over vijf jaar in plaats van de gebruikelijke drie jaar. Betrokkene, een agrariër, had negatieve bedrijfsresultaten geboekt als gevolg van de uitbraak van varkenspest en de preventieve ruiming van zijn bedrijf, waarna hij investeerde in sierheesters.
De rechtbank vond dat de hoofdregel van drie jaar onvoldoende representatief was omdat het inkomen over die periode nihil was. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de bijzondere omstandigheden onvoldoende zijn om van de hoofdregel af te wijken. Het beroep van het Uitvoeringsinstituut wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 december 2007.
Uitkomst: Het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.