ECLI:NL:CRVB:2007:BC0687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met toereikende medische en arbeidskundige onderbouwing in hoger beroep
Appellant, die sinds augustus 1998 ongeschikt is voor zijn werk als shopmanager vanwege nek- en gewrichtsklachten, ontving een WAO-uitkering die in 2004 werd herzien van 80-100% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep nam het Uwv een nieuw besluit waarin de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65-80%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit af.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bestreden besluit II aanvankelijk onvoldoende was onderbouwd met een arbeidskundige rapportage, die pas in hoger beroep werd overgelegd en aan de vereisten van inzichtelijkheid, toetsbaarheid en verifieerbaarheid voldeed. Hierdoor wordt de aangevallen uitspraak vernietigd en het bestreden besluit II vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.
De Raad overweegt dat de functies die appellant kan verrichten, waaronder acquisiteur en telefonist/receptionist, binnen zijn belastbaarheid vallen, ook gezien beperkingen in vroege ochtendarbeid en computervaardigheden. De Raad wijst appellant's betoog over toepassing van strengere criteria en onjuiste maatmanarbeid af. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit II wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.