ECLI:NL:CRVB:2007:BC0923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WW-uitkeringsaanvraag en maatregel wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant heeft een verkorte WW-aanvraag ingediend met ingang van 24 maart 2004, maar het Uwv heeft de uitkering geweigerd voor de periode tot 7 december 2004 vanwege het niet tijdig indienen van werkbriefjes. Daarnaast is een korting van 20% op de uitkering opgelegd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten, welke later is gematigd tot 10%.
De rechtbank had het besluit van het Uwv deels vernietigd en het Uwv opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening werd gehouden met verminderde verwijtbaarheid. Het Uwv heeft vervolgens een maatregel van 10% korting opgelegd.
De Raad oordeelt dat het Uwv terecht de aanvraagdatum van 8 juni 2005 heeft gehanteerd voor de toepassing van artikel 23 WW Pro en dat er geen sprake is van een bijzonder geval dat een eerdere ingangsdatum rechtvaardigt. Tevens is vastgesteld dat appellant in de periode van 24 maart 2004 tot en met 8 december 2004 niet heeft gesolliciteerd, ondanks een geldende sollicitatieplicht.
De Raad bevestigt dat de maatregel van 10% korting terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 8 november 2006 is ongegrond verklaard.