ECLI:NL:CRVB:2007:BC1319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid appellant
Appellant, die sinds 2002 een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval en psychische klachten, werd in 2004 herbeoordeeld. Een verzekeringsarts stelde beperkingen vast en een arbeidsdeskundige selecteerde zeven functies met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%, waarna de WAO-uitkering werd ingetrokken per 14 maart 2005.
Appellant voerde bezwaar aan tegen de intrekking, stellende dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren vanwege overschrijding van belastbaarheid bij zitten en knielen/hurken. Diverse medische rapporten, waaronder van bezwaarverzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, bevestigden echter de eerdere conclusies.
De rechtbank Maastricht vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering over de belastbaarheid in de geselecteerde functies, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak bevestigd, oordelend dat de medische beperkingen en geschiktheid voor de functies adequaat en voldoende gemotiveerd zijn vastgesteld.
De Raad verwierp de stellingen van appellant over de noodzaak van overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts bij bepaalde functiebeoordelingen en het ontbreken van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in de stukken. De Raad achtte de motivering en onderbouwing van het besluit voldoende inzichtelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd na herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid en functiegeschiktheid.