ECLI:NL:CRVB:2007:BC1673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies in hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het UWV had opgedragen een nieuw besluit te nemen over zijn arbeidsongeschiktheid. Het UWV nam op 22 augustus 2005 een nieuw besluit waarin de mate van arbeidsongeschiktheid per 7 augustus 2001 werd vastgesteld op 45 tot 55%.
Appellant betwistte dit nieuwe besluit, met name het medisch oordeel dat eraan ten grondslag lag, en voerde aan dat hij door nekklachten en concentratieproblemen als gevolg van een auto-ongeval niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen. Hij overlegde medische stukken, waaronder neurologische en psychiatrische expertises.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts juist waren. De medische gegevens van appellant gaven geen aanleiding het oordeel over zijn belastbaarheid te herzien. De Raad bevestigde dat appellant met de vastgestelde belastbaarheid de geselecteerde functies kan vervullen en dat de arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55% terecht was vastgesteld.
Daarmee verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 22 augustus 2005 ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de vaststelling van 45-55% arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt bevestigd.