ECLI:NL:CRVB:2008:BC1287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Terugvordering WAO- en WAZ-uitkering wegens inkomen uit arbeid en anti-cumulatie
Appellant, een zelfstandig monteur, ontving vanaf 9 mei 1999 een WAO- en WAZ-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Het UWV paste de uitkeringen in 2004 aan naar lagere arbeidsongeschiktheidsklassen vanwege inkomsten uit arbeid, en vorderde onverschuldigde uitkeringen terug over de periode 1999 tot 2003.
Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering en verzocht het UWV terug te komen op eerdere besluiten, stellende dat de anti-cumulatiebepalingen slechts over een termijn van drie jaar mogen worden toegepast en dat de herzieningen niet correct waren uitgevoerd. Het UWV wees dit af, waarop appellant hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht niet was teruggekomen op de eerdere besluiten omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd. Tevens werd vastgesteld dat de terugvordering over de periode 1999 tot en met 2000 gegrond was, omdat over de jaren 2001 en 2002 geen kortingsbesluiten waren genomen. De Raad vernietigde het besluit van 26 juli 2006 en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep is deels gegrond verklaard, het terugvorderingsbesluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.