ECLI:NL:CRVB:2012:BW9300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen, nadat eerder een besluit van 6 december 2004 was genomen waarin de uitkering werd geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het UWV weigerde terug te komen op dit besluit omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het besluit onjuist maakten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bezwaarbesluit ongegrond en oordeelde dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd. De rechtbank stelde vast dat de verklaring van dr. R. Adyel uit 2003 niet als nieuw feit kon worden beschouwd omdat deze dateerde van vóór het oorspronkelijke besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij voldoende nieuwe gegevens had aangedragen en dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad vond geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen en zag geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit tot weigering van een WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten.