ECLI:NL:CRVB:2008:BC1549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Appellante was werkzaam als gids en gastvrouw tot haar contract eindigde in februari 2002. Zij meldde zich ziek in mei 2002 en vroeg een WAO-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij geschikt was voor haar eigen werk op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Appellante stelde in hoger beroep primair het medische oordeel aan de orde, maar dit was reeds onherroepelijk vastgesteld in een eerdere uitspraak. Subsidiair voerde zij aan niet in staat te zijn de voorgestelde functies te verrichten. De Raad oordeelde dat de medische grondslag niet opnieuw ter beoordeling stond en dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende onderbouwing had gegeven voor de geschiktheid van appellante voor de geselecteerde functies.
Hoewel de functie van commercieel medewerker ter discussie stond, veranderde dit niets aan de mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad verklaarde het beroep gegrond vanwege strijd met artikel 7:12 Awb Pro, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.