ECLI:NL:CRVB:2008:BC1822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WW-uitkering bij gelijktijdige WAO-uitkering en meerdere dienstbetrekkingen
Betrokkene was werkzaam bij twee werkgevers: als financieel adviseur bij werkgever 1 en als statutair directeur bij werkgever 2. Na gezondheidsklachten stopte hij met werken bij werkgever 2 en ontving een WAO-uitkering. Het UWV weigerde een WW-uitkering omdat betrokkene volgens hen al een WAO-uitkering ontving uit hoofde van de dienstbetrekking bij werkgever 2, waaruit hij werkloos was geworden.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aanknopingspunten bestonden voor het standpunt van het UWV en kende de WW-uitkering toe. Het UWV ging in hoger beroep. De Centrale Raad stelde vast dat bij de vaststelling van de WAO-uitkering rekening was gehouden met beide dienstbetrekkingen, waarbij een maatmaninkomen was vastgesteld dat gunstiger was voor betrokkene dan een gecombineerde maatman.
De Raad concludeerde dat de WAO-uitkering mede werd ontvangen uit hoofde van de dienstbetrekking bij werkgever 2, waardoor artikel 19 van Pro de WW van toepassing is en betrokkene geen recht heeft op WW-uitkering. Het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd.