ECLI:NL:CRVB:2008:BC1824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit CWI over registratie werkzoekende op grond van verblijfsvergunning
Appellant, een Kaapverdiaanse nationaliteit bezittende persoon, heeft jarenlang op Nederlandse zeeschepen gewerkt en vroeg op 5 februari 2004 een verblijfsvergunning aan. Op 29 november 2005 verzocht hij om registratie als werkzoekende bij het CWI, wat werd afgewezen vanwege een arbeidsbeperking verbonden aan zijn verblijfsvergunning. Na bezwaar en beroep verleende de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op 15 september 2006 alsnog een verblijfsvergunning met beperkingen die arbeid aan boord van Nederlandse zeeschepen toestond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en weigerde vergoeding van het griffierecht. In hoger beroep stelde appellant dat hij op grond van de later verleende verblijfsvergunning al op het moment van zijn verzoek recht had op registratie als werkzoekende. De CWI handhaafde het eerdere standpunt en erkende de latere registratie als fout.
De Raad oordeelde dat appellant vanaf 3 juni 2004 voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor registratie als werkzoekende en dat het bestreden besluit van de CWI op een onjuiste wettelijke grondslag berust. De Raad vernietigde het besluit, veroordeelde de CWI tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en bepaalde dat de Raad van bestuur van de CWI opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit van de CWI wordt vernietigd en de CWI wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.