ECLI:NL:CRVB:2008:BC1954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens arbeid in economisch verkeer
Appellant, sinds 1996 WAO-uitkeringsgerechtigde met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, werd na een onderzoek door het UWV geconfronteerd met herzieningsbesluiten. Deze besluiten betroffen een verlaging van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage en een terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen, gebaseerd op het verrichten van werkzaamheden via een door appellant opgerichte stichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de werkzaamheden niet als vrijwilligerswerk konden worden aangemerkt, omdat deze een aantoonbare loonwaarde en economische betekenis hadden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen geldelijk voordeel had genoten en dat de inkomsten aan de stichting ten goede kwamen, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden kwalificeerden als arbeid in het economisch verkeer met het oog op geldelijk voordeel. Het feit dat de inkomsten via de stichting werden beheerd, deed hieraan niet af. Daarnaast vond de Raad de medische bezwaren onvoldoende onderbouwd om de passendheid van de werkzaamheden te betwijfelen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering en terugvordering worden bevestigd; het hoger beroep wordt afgewezen.