ECLI:NL:CRVB:2008:BC2195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Hardheidsclausule en meerinkomen studiefinanciering bij bloot eigendom vermogen
De zaak betreft een hoger beroep van de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht die de vorderingen wegens meerinkomen van betrokkene in 2001 en 2002 vernietigde. Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van het toetsingsinkomen, omdat zij slechts het bloot eigendom van vermogen had verkregen en geen beschikking had over de inkomsten daarvan.
De rechtbank oordeelde dat de weigering om de hardheidsclausule toe te passen onvoldoende was gemotiveerd, omdat betrokkene geen beschikking had over het vermogen of de vruchten ervan. De Raad stelt echter dat de berekening van het toetsingsinkomen door appellante in overeenstemming is met artikel 3.17 van de Wet studiefinanciering 2000 en dat er geen reden is om af te wijken van deze wettelijke regeling met de hardheidsclausule.
De Raad wijst het beroep van betrokkene op een bijzondere waarderingsregel af, omdat deze na de relevante jaren is ingevoerd en de belastingdienst het vermogen correct heeft vastgesteld. Wel oordeelt de Raad dat de motivering dat het inkomen vorderbaar en inbaar is ondeugdelijk was, wat de vernietiging van de besluiten rechtvaardigt. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten blijven echter in stand. De Raad veroordeelt appellante tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt de berekening van het toetsingsinkomen inclusief voordeel uit sparen en beleggen en wijst toepassing van de hardheidsclausule af, maar vernietigt de besluiten wegens ondeugdelijke motivering over vorderbaarheid en inbaarheid.