ECLI:NL:CRVB:2008:BC2363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding bij studiefinanciering
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem, die het bezwaar tegen de herziening van studiefinanciering over de periode 1 augustus 2004 tot en met maart 2005 niet-ontvankelijk verklaarde wegens het overschrijden van de bezwaartermijn zonder geldige reden.
Appellant voerde aan dat de besluiten van 8 april 2005 niet op het juiste adres waren bezorgd, waardoor de termijn pas begon te lopen bij ontvangst. Subsidiair stelde hij dat persoonlijke omstandigheden, waaronder het verlaten van het gezin door zijn vader en financiële problemen, de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.
De Raad oordeelde dat appellant de besluiten wel degelijk binnen de termijn had ontvangen en dat het bezwaarschrift op 30 augustus 2005 werd ontvangen, wat te laat was. Er was geen bewijs van toezeggingen door de IB-Groep over ontvankelijkheid. De persoonlijke omstandigheden waren niet zodanig dat de termijnoverschrijding niet aan appellant kon worden toegerekend.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding.