ECLI:NL:CRVB:2008:BC2390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde AAW- en WAO-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het beroep tegen het door het UWV genomen besluit tot terugvordering van onverschuldigd betaalde AAW- en WAO-uitkeringen ongegrond verklaarde.
Het geschil betreft een terugvordering van een bedrag van bruto f 144.387,17 over de periode 1 januari 1987 tot en met 31 december 1989. De Raad had eerder een eerdere uitspraak vernietigd en het UWV opgedragen het griffierecht te vergoeden. Vervolgens matigde het UWV het terugvorderingsbedrag met 27,5% en bracht het griffierecht in mindering.
De rechtbank oordeelde dat de matiging niet onredelijk was en dat het UWV het griffierecht in mindering mocht brengen. Appellant voerde aan dat een vordering van hem op het UWV in mindering moest worden gebracht, maar gaf onvoldoende inzicht in die vordering. De Raad bevestigt in hoger beroep de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af, aangezien het nieuwe bezwaarbesluit geen besluit over de verrekening bevat en die kwestie buiten het geschil valt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de terugvordering rechtmatig is en wijst het hoger beroep af.