ECLI:NL:CRVB:2008:BC2433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding auto en zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving sinds september 2000 bijstand van de gemeente Rotterdam. Na een onderzoek naar vermeende zelfstandige werkzaamheden en het bezit van een Triumph Spitfire auto, die niet was gemeld, besloot het College de bijstand over de periode september 2000 tot november 2003 in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens strijd met de Awb, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De rechtbank oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en daardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat het College bevoegd was de bijstand over de genoemde periode in te trekken en terug te vorderen. Echter, voor de periode van 1 december 2003 tot 2 januari 2004 oordeelde de Raad dat het taxatierapport voldoende duidelijkheid gaf over de waarde van de auto, zodat de intrekking voor die periode onterecht was.
De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de intrekking over deze periode handhaafde en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van bijstand over 1 december 2003 tot 2 januari 2004 wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.