ECLI:NL:CRVB:2008:BC2819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en weigering ziekengeld in hoger beroep
Appellante, voormalig directiesecretaresse, meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde beperkingen vast en herzag haar WAO-uitkering per 5 januari 2004 naar 65-80% arbeidsongeschiktheid, wat appellante betwistte. De rechtbank verklaarde haar beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit over de WAO-herziening wegens onvoldoende motivering, terwijl de rechtsgevolgen in stand bleven.
Appellante voerde aan dat zij door een scala aan klachten niet in staat was tot arbeid en dat haar beperkingen per 27 mei 2004 waren toegenomen, wat het UWV betwistte. De Raad concludeerde dat de medische gegevens onvoldoende waren om de gestelde toename te onderbouwen en dat de geselecteerde functies passend waren bij haar beperkingen.
De Raad bevestigde de weigering van ziekengeld per 27 mei 2004, oordeelde dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies en veroordeelde het UWV in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van medische onderbouwing bij betwisting van arbeidsongeschiktheid en de toetsing van functiegeschiktheid door het UWV.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering, bevestigt de weigering van ziekengeld en veroordeelt het UWV in de proceskosten.