ECLI:NL:CRVB:2008:BC2845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag opzegtermijn WW wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1944 en sinds 1963 werkzaam bij een BV, diende een aanvraag in bij het UWV om betalingsverplichtingen van zijn failliete werkgever over te nemen op grond van hoofdstuk IV van de WW. Het UWV stelde de opzegtermijn vast op zes weken en weigerde bezwaar hiertegen omdat geen bezwaar was ingediend binnen de wettelijke termijn.
Appellant stelde dat een eerdere uitspraak van de Raad een langere opzegtermijn rechtvaardigde en verzocht het UWV opnieuw de termijn vast te stellen. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat het enkele feit dat een latere uitspraak een eerdere beslissing onjuist verklaart, niet als nieuw feit geldt. Ook het betoog dat appellant was afgehouden van bezwaar werd verworpen, omdat een bezwaarclausule aanwezig was en appellant zich elders had kunnen informeren. De Raad concludeerde dat het UWV terecht het verzoek afwees en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de opzegtermijn wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.