ECLI:NL:CRVB:2008:BC2971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking suppletie-uitkering en terugvordering teveel betaalde bedragen
Appellante was tot 1 augustus 2002 werkzaam bij de gemeente Utrecht en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het college kende haar suppletie-uitkeringen toe, maar trok deze per 15 april 2002 in omdat zij een WAO-uitkering van 80% of meer ontving. Tevens vorderde het college een bedrag van €6.463,04 terug als teveel betaalde suppletie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking van de suppletie-uitkering ongegrond, maar gaf appellante deels gelijk in het bezwaar tegen de terugvordering. Het college nam daarop een nieuw besluit waarbij de terugvordering werd ingetrokken, maar het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht de suppletie-uitkering heeft ingetrokken en dat de terugvordering niet langer gehandhaafd wordt. De Raad oordeelt dat de duur van de procedures niet heeft geleid tot een schending van de redelijke termijn en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Ook worden de kosten van een deskundige en andere proceskosten niet toegewezen.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 januari 2008 en bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 mei 2007 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.