ECLI:NL:CRVB:2008:BC3282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WW-uitkering wegens referte-eis en beschikbaarheid
Appellante was sinds 1997 werkzaam als verkoopster en meldde zich in januari 2005 ziek. Hoewel zij in september 2005 volledig arbeidsgeschikt werd verklaard, hervatte zij haar werkzaamheden niet, waarna de werkgever de loonbetaling stopzette en de arbeidsovereenkomst in maart 2006 werd opgezegd. Het UWV weigerde vervolgens een WW-uitkering omdat appellante niet voldeed aan de wekeneis in de 39 weken voorafgaand aan haar werkloosheid en stelde dat zij niet arbeidsongeschikt was geweest in die periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat de eerste werkloosheidsdag terecht op 27 maart 2006 was vastgesteld en dat de referteperiode niet kon worden verlengd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij reeds vanaf 27 september 2005 werkloos was en aan de wekeneis voldeed.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de beschikbaarheid van appellante voor de arbeidsmarkt in de periode van september 2005 tot maart 2006. Appellante had zich ingeschreven bij de arbeidsorganisatie en had sollicitaties verricht, wat wijst op beschikbaarheid. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen.