ECLI:NL:CRVB:2008:BC3410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering en hoofdelijk aansprakelijkheid
Appellante en haar partner ontvingen vanaf oktober 1994 een bijstandsuitkering. Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht trok deze bijstand in 1998 met terugwerkende kracht in en vorderde een bedrag van f. 70.737,48 terug wegens ten onrechte verleende bijstand.
Appellante maakte bezwaar tegen een brief uit 2004 waarin werd meegedeeld dat nog een bedrag van € 29.942,07 openstond en dat zij maandelijks € 50 moest aflossen. Zij stelde dat zij en haar partner ieder slechts voor de helft aansprakelijk waren. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad oordeelt dat de brief van 2004 geen besluit in de zin van de Awb is omdat het slechts een mededeling betreft over een reeds bestaand besluit uit 1998, waartegen geen bezwaar was gemaakt en dat daardoor onherroepelijk is. De hoofdelijk aansprakelijkheid van appellante en haar partner staat vast. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.