ECLI:NL:CRVB:2008:BC3690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, een zelfstandig thuiszorgmedewerkster, viel op 16 augustus 2002 uit wegens psychische klachten. Het UWV weigerde haar WAZ-uitkering omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige.
In bezwaar en bij de rechtbank werd dit besluit bevestigd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen had dan in de FML waren opgenomen. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, psychiater Soeters, die concludeerde dat appellante op de peildatum ernstige angststoornissen had met psychische en fysieke beperkingen die haar arbeidsvermogen significant beperkten.
De Raad volgde het oordeel van Soeters en oordeelde dat het UWV-besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berustte. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.