ECLI:NL:CRVB:2008:BC3775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WAZ-uitkering en medische beperkingen bij arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen over haar gezondheid en dat haar medische beperkingen waren onderschat, mede omdat zij niet beschikte over een MAVO-diploma en ten onrechte functies werden voorgehouden waarvoor dat diploma vereist was. De rechtbank had het besluit van het UWV om de WAZ-uitkering te weigeren vernietigd omdat de arbeidskundige beoordeling niet ten grondslag lag aan het besluit.
Het UWV wijzigde daarop het besluit en kende appellante alsnog een WAZ-uitkering toe van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid per 25 maart 2004, gebaseerd op een juiste medische en arbeidskundige beoordeling. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit de medische verklaringen en expertise geen aanwijzingen voortkwamen dat de beperkingen van appellante op de datum in kwestie onderschat waren. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) gaf een juist beeld van haar beperkingen.
De Raad concludeerde dat appellante met de vastgestelde beperkingen de geduide functies kan vervullen en dat het UWV voldoende rekening had gehouden met haar situatie. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het gewijzigde besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard.