ECLI:NL:CRVB:2008:BC3982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering en juistheid vastgestelde beperkingen zelfstandige kraamverzorgster
Appellante, een zelfstandige kraamverzorgster, ontving sinds 2003 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80% of meer na een fractuur aan haar rechterschouder. Het UWV herzag deze uitkering in 2004 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (25-35%). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat het UWV haar beperkingen onjuist heeft vastgesteld en dat de functies die haar worden toegedicht niet passend zijn. De Raad stelt vast dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts en dat de aanvullende rapportage van een externe verzekeringsarts onvoldoende onderbouwd is. Wel oordeelt de Raad dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende is toegelicht en daarom ondeugdelijk is.
De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand omdat het UWV in hoger beroep alsnog voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de geduide functies aansluiten bij de beperkingen van appellante. Daarnaast wijst de Raad de proceskosten deels toe en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.