ECLI:NL:CRVB:2008:BC4060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep vernietigd en toekenning wettelijke rente bij WAO-uitkering
Appellante had beroep ingesteld tegen het UWV-besluit van 16 juli 2003 waarbij haar bezwaar tegen de weigering van een WAO-uitkering werd afgewezen. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze niet-ontvankelijkverklaring en verklaart het beroep alsnog gegrond. Hierdoor wordt het besluit van 16 juli 2003 vernietigd en wordt het UWV veroordeeld tot het betalen van wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
Tegelijkertijd had het UWV bij besluit van 24 maart 2004 alsnog een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank had dit besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen ervan in stand gelaten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte de deskundige had gevolgd en onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen en de vereiste vooropleiding voor geduide functies.
De Raad oordeelt dat de deskundige zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat de functies passend zijn geacht. Het hoger beroep tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het besluit van 24 maart 2004 wordt daarom afgewezen. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante in hoger beroep.
Uitkomst: Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vernietigd en UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente; hoger beroep tegen rechtsgevolgen gedeeltelijke WAO-uitkering afgewezen.