ECLI:NL:CRVB:2008:BC4087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard na een schildkliercarcinoom, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2004 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid bij en verlaagde de uitkering naar 25-35%. Appellant betwistte deze herziening, stellende dat zijn medische beperkingen, met name energetische klachten, onvoldoende waren erkend en dat de herziening onzorgvuldig was.
De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van het UWV hielden rekening met de klachten en beperkingen van appellant en concludeerden dat er geen reden was voor een duurbeperking. De arbeidsdeskundige herberekende de mate van arbeidsongeschiktheid op basis van geschikte functies, wat leidde tot de lagere uitkeringsklasse.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing zorgvuldig en voldoende was. De Raad vond geen aanwijzingen dat het UWV de beperkingen van appellant had miskend of dat de bezwaarprocedure onzorgvuldig was verlopen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.