ECLI:NL:CRVB:2008:BC4092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel korting WW-uitkering wegens registratie CWI, terugvordering en boete bevestigd
Appellant was van 15 maart 2001 tot 1 januari 2003 werkzaam bij een werkgever en heeft op 28 januari 2003 een WW-uitkering aangevraagd en zich geregistreerd als werkzoekende bij het CWI. De inschrijving was geldig tot 28 maart 2003 en moest tijdig worden verlengd. Uit onderzoek bleek dat appellant tussen 30 juni 2003 en 2 september 2005 niet geregistreerd was, mogelijk door een computerstoring bij het CWI. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellant zijn registratie niet tijdig had verlengd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en het Uwv had een korting van 20% op de WW-uitkering gedurende 52 weken opgelegd, alsmede een terugvordering van € 4.354,56 bruto en een boete van € 440,-- wegens het niet nakomen van de informatieverplichting. De Raad oordeelt dat de maatregel op een ondeugdelijke grondslag berust vanwege de onduidelijkheid over de registratie en vernietigt dit deel van het besluit.
Echter, de Raad stelt vast dat appellant vanaf 2 september 2004 tot 2 september 2005 gedurende een lange periode in gebreke is gebleven zijn registratie te verlengen, waardoor de maatregel van korting terecht is opgelegd voor die periode. De terugvordering en boete worden eveneens bevestigd omdat appellant bij de werkbriefjes onjuiste informatie heeft verstrekt. De Raad veroordeelt het Uwv in de proceskosten en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De maatregel korting op de WW-uitkering wordt vernietigd, maar de terugvordering en boete worden bevestigd.