ECLI:NL:CRVB:2008:BC4189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking wegens gebrek aan schijn van partijdigheid
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank en tijdens de zitting verzocht om wraking van mr. J.J.A. Kooijman, voorzitter van de behandelende kamer, wegens vermeende onpartijdigheid.
De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de jurisprudentie van de Hoge Raad. De stellingen van verzoeker betroffen het niet volledig kennen van stukken door de voorzitter, eerdere behandeling van zaken door hem, en het niet oproepen van getuigen.
De Raad oordeelde dat deze gronden onvoldoende zijn om te spreken van (schijn van) partijdigheid. Procedurele beslissingen kunnen geen wrakingsgrond vormen en het enkele feit dat de voorzitter eerder een zaak van verzoeker behandelde, wekt geen vooringenomenheid.
Daarom is het verzoek om wraking afgewezen. Tevens is bepaald dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde voorzitter niet in behandeling wordt genomen tenzij nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de voorzitter mr. J.J.A. Kooijman wordt afgewezen wegens het ontbreken van een schijn van partijdigheid.