ECLI:NL:CRVB:2008:BC4212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling karakter negatieve inkomsten uit commanditaire vennootschap voor WAZ-uitkering
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard met een WAZ-uitkering, was betrokken bij een commanditaire vennootschap (CV) die negatieve resultaten boekte. Het UWV corrigeerde de uitkering omdat de verliezen uit de CV niet als inkomsten uit arbeid konden worden beschouwd, maar als verliezen uit beleggingen. Appellant maakte bezwaar tegen deze correctie, stellende dat de negatieve inkomsten wel aan zijn arbeid moesten worden toegerekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen beherend vennoot was, maar directeur van de beherend vennoot-stichting, waarbij hij een management fee ontving. De verliezen liepen via de CV en de stichting, niet direct via appellant als arbeidsinkomsten. Eventuele verliezen van appellant waren gerelateerd aan zijn kapitaalinbreng, niet aan arbeid.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat de feitelijke situatie doorslaggevend was en benadrukte dat de juridische constructie leidend was. Omdat appellant de juridische structuur bewust had gekozen om zijn financieel risico te beperken, was het standpunt van het UWV juist. Het bezwaar en beroep van appellant werden ongegrond verklaard, en de terugvordering van onverschuldigde uitkering bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat negatieve inkomsten uit de commanditaire vennootschap niet als arbeidsinkomsten van appellant gelden, waardoor de WAZ-uitkering terecht is aangepast en de terugvordering blijft.