ECLI:NL:CRVB:2008:BC4309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politieman in opleiding wegens ongeschiktheid en normbeseftekort
Appellant was vanaf 12 augustus 2002 aangesteld als aspirant assistent politiemedewerker bij het Korps landelijke politiediensten voor de duur van de politiebasisopleiding. Na onderzoek bleek dat appellant onrechtmatig woon-werkafstanden per trein aflegde op vertoon van zijn politielegitimatiebewijs en ondeugdelijke declaraties voor kilometervergoedingen had ingediend. Tevens had hij dit gedrag tegenover medestudenten breed uitgemeten.
De minister verleende appellant op grond van artikel 89, vierde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) eervol ontslag wegens ongeschiktheid met ingang van 1 januari 2004. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, en stelde beroep in bij de rechtbank. Deze verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overweegt dat appellant zich bewust was van het onrechtmatige karakter van zijn handelen, zoals blijkt uit zijn eigen verklaringen en die van medestudenten. Het argument van appellant over onduidelijkheid omtrent de regels en slordigheid wordt niet aannemelijk geacht. Ook het feit dat hij strafrechtelijk werd vrijgesproken van valsheid in geschrift doet hieraan niet af, omdat bestuursrechtelijke beoordeling losstaat van strafrechtelijke uitspraken.
De Raad concludeert dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat appellant niet voldeed aan de redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen, met name vanwege een ernstig tekortschietend normbesef, wat een onmisbare eigenschap is voor een politieman. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant wordt bevestigd.