Uitspraak
19 december 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Hüsen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Kneefel.
OVERWEGINGEN
1 juni 2013 ongeschikt was om zijn arbeid te verrichten.
1 augustus 2014 recht op een uitkering op grond van de ZW. Naar aanleiding van zijn ziekmelding heeft appellant het spreekuur van een arts van het Uwv bezocht. Deze arts heeft informatie ingewonnen bij de behandelend KNO-arts, die heeft geantwoord bij brief van
27 november 2014. De arts van het Uwv heeft vervolgens het standpunt ingenomen dat appellant met ingang van 22 december 2014 in staat is om zijn arbeid te verrichten.
30 april 2011 beëindigd, zodat appellant is aan te merken als een verzekerde (via nawerking) zonder werkgever. De Raad ziet daarom aanleiding voor de maatstaf arbeid aan te sluiten bij artikel 19, vijfde lid, van de ZW, zoals dat per 1 januari 2008 in werking is getreden en dat de wetgever heeft geschreven voor zogenoemde vangnetters zonder werkgever. Dit betekent dat in dit geval onder ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wordt verstaan: ongeschiktheid voor de werkzaamheden van magazijnmedewerker/vervangend teamleider zoals die bij een soortgelijke werkgever gewoonlijk kenmerkend zijn.
23 januari 2014, een formulier probleemverkenning en een rapport van 13 februari 2014. Deze informatie heeft appellant destijds zelf verschaft. De headset is weliswaar niet ter sprake gekomen, maar die kon gezien de maatstaf arbeid ook buiten beschouwing blijven. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft nadat hij appellant had gezien en de door appellant ingebrachte informatie had bestudeerd, de conclusie van de arts die het primaire onderzoek heeft gedaan, bevestigd.
27 november 2014 van Van Linge, wordt niet ingezien dat appellant geen heftruck zou kunnen besturen. De artsen van het Uwv hebben deze werkzaamheden blijkens de rapporten van 6 mei 2014 en 4 juni 2014 ook in aanmerking genomen. De conclusie van de artsen van het Uwv dat appellant geschikt is voor het werk van magazijnmedewerker/vervangend teamleider is afdoende gemotiveerd.
BESLISSING
F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2017.