ECLI:NL:CRVB:2008:BC4342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terug te komen van besluit inzake arbeidsongeschiktheid en WAO-terugvordering
Appellant verzocht het UWV om terug te komen van een besluit uit 1995 waarin zijn arbeidsongeschiktheid geheel en blijvend buiten aanmerking werd gelaten en een terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering werd ingesteld. Dit verzoek werd afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het terugkomen konden rechtvaardigen.
De Raad overwoog dat de brief van appellant uit november 2003 niet als bezwaarschrift kon worden aangemerkt vanwege de gebruikte bewoordingen en het ontbreken van het woord bezwaar, ondanks dat appellant later stelde dat dit wel zo bedoeld was. Het aanvullende bezwaarschrift werd als te laat ingediend beschouwd en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant voerde aan dat het besluit uit 1995 niet op juiste wijze was bekendgemaakt en dat verzoeken om informatie hem niet hadden bereikt. De Raad oordeelde dat deze gronden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden die een heroverweging konden rechtvaardigen.
Daarmee was het UWV bevoegd het verzoek af te wijzen en handelde het niet in strijd met rechtsregels of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om terug te komen van het besluit uit 1995 wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.