ECLI:NL:CRVB:2008:BC4505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie en re-integratie-inspanningen bij WAO-uitkering
Betrokkene, werknemer die zich ziek meldde en een WAO-uitkering ontving, stelde bezwaar tegen het besluit waarbij geen loonsanctie werd opgelegd aan zijn werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tweeledig was en dat bezwaar tegen het niet opleggen van een loonsanctie mogelijk was, en vernietigde het bestreden besluit. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat het besluit uitsluitend ziet op de WAO-aanspraken en dat het opleggen van een loonsanctie een afzonderlijk besluit vereist.
Omdat betrokkene pas in bezwaar een loonsanctie verzocht, is er geen besluit genomen over het niet opleggen ervan, waardoor het bezwaar niet ontvankelijk is. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Appellant moet in een nieuw besluit op bezwaar wel een oordeel geven over de re-integratie-inspanningen en het verzoek om schadevergoeding.
De uitspraak benadrukt de scheiding tussen de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en de beoordeling van re-integratie-inspanningen en loonsancties, en bevestigt dat loonsancties via een apart besluit moeten worden opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand, met de verplichting voor appellant een nieuw besluit te nemen over re-integratie-inspanningen en schadevergoeding.